De naam van deze rots is afkomstig van het feit dat de liefdesgod Amor reeds in de riddertijden reeds zijn zegje mocht doen.
Een roofridder was verliefd in de echtgenote van de ridder van Ouren.
Hij wou haar met een intelligent bedacht vluchtplan ontvoeren.
Hiervoor had hij zijn paard opnieuw laten beslaan, maar geëist
dat de hoefijzers verkeerd aangebracht zouden worden.
Aldus zouden de zoekenden bij een eventuele vervolging slechts één
spoor vinden dat precies in tegenovergestelde richting zou leiden. De
ridder en zijn geliefde troffen elkaar zoals afgesproken in de
schemering aan de voet van de berg.
Hun vlucht werd echter opgemerkt en de vervolging werd onmiddellijk gestart.
De duidelijke slag van het nieuwe hoefijzer op de rotsbodem kon door de
vervolgers waargenomen worden, en op deze wijze konden zij de
vluchtelingen boven op de rots inhalen.
Omdat voor beide het gevangenschap een gewisse dood betekende gaf
de moedige ridder - de actuele weg bestond toen nog niet - zijn
paard de sporen en met een geweldige sprong stortten zij alle
drie van de top van de rots in de diepte in het water van de Our.
De ridder en zijn geliefde overleefden de val, maar het trouwe paard brak zijn benen.
De ridder, die uit dank beloofde om een kapel in te richten, werd door de bliksem getroffen omdat hij zijn gelofte niet inloste.